Karel Appel

Karel (Christiaan) Appel werd op 15 april 1921 in Amsterdam geboren. Hij studeerde aan het begin van de veertiger jaren aan de Amsterdamse Rijksacademie voor Beeldende Kunsten. Waar hij Corneille leerde kennen. Samen met hem en de kunstenaar Constant Nieuwenhuys is Karel Appel, die schilder, beeldhouwer, en dichter is in 1948 bij de oprichting van de Nederlandse Experimentele groep betrokken. Kort daarna sluit de groep zich aan bij de Cobra Beweging, (afkorting van Copenhagen, Brussel, Amsterdam) waar onder anderen Corneille, Constant Nieuwenhuys, Jorn en Alechinsky behoren.
Met uiterst gewaagd werk traden zij op een tentoonstelling in het Stedelijk museum voor het eerst in de openbaarheid. De tentoonstelling was een groot schandaal en riep een storm van kritiek op. In Parijs vestigde Karel Appel zich in 1950 en werd de betreffende tentoonstelling nog in hetzelfde jaar herhaald waarna ook de beweging zich hier vestigde en hij werd nu gezien als Nederlands bekendste schilder van na de Tweede Wereldoorlog.Zijn werk werd nu veel meer gewaagd en hij leefde zich volledig uit, hierdoor was er geen duidelijkheid meer in zijn schilderijen. In 1961 wordt door Jan Vrijman een film gemaakt over Karel Appel, hierin laten ze zien hoe hij met zijn werk omging en hoe hij schilderde.
Door zijn vele reizen krijgt Karel Appel steeds betere contacten in de Amerikaanse kunstwereld. Vanaf de zestiger jaren worden er in de VS talloze tentoonstellingen van zijn werk georganiseerd. Op het werk van Karel Appel heeft de Deense schilder Asger Jorn een sterke invloed gehad. Karel Appel voelt zich voornamelijk tot klassieke thema’s, zoals landschappen, figuren en dieren aangetrokken. Rond 1963 veranderd het karakter van zijn werk: hij gebruikte daarvoor veel warmere kleuren en dikke lagen over elkaar. Daarna was het ook lagen over elkaar maar dat waren hele dunne lagen en gelijkmatig in vlakken opgebracht, hij gebruikte toen bijna fluoriderende kleuren. Hij begon ook behalve schilderijen ook beelden te maken en reliëfs van hout, polyester en aluminium die mensen of dieren voorstellen.
In de jaren 70 werd het karakter van zijn schilderijen weer teruggebracht dus hij begon weer met het dik opzetten van verf waarbij de kleuren door elkaar heen liepen. Vanaf het begin van de jaren 80 ging hij meer dramatische onderwerpen schilderen en hierbij veranderde zijn stijl weer: het werd losser.
Toen Karel Appel in 1957 in New York ging wonen ging hij veel portretten van jazzmusici maken die hij bewonderde.
